maandag 18 mei 2009

Onderduiken


In een leegstaand gedeelte van het bedrijf van Otto Frank bevindt zich de schuilplaats. In het voorste gedeelte gaat het bedrijf gewoon door en in het achterste gedeelte zitten de onderduikers verstopt, in het achterhuis. Om de toegang tot het achterhuis verborgen te houden wordt er een draaikast voor de ingang gezet. De onderduikers hebben vier helpers, dit zijn allemaal personeelsleden van Otto Frank. Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep Voskuijl. Deze mensen zorgen voor voedsel, kleding, boeken en allerlei andere spullen. De onderduikers worden ook steeds op de hoogte gehouden van het laatste nieuws uit de stad door hun helpers, maar dit is meestal slecht nieuws. Overal in de stad zijn razzia's: joden die zich niet melden, worden gearresteerd. Om de onderduikers niet angstiger te maken vertellen de helpers vaak niet alles. Ze hebben een relatief grote schuilplaats. De familie Frank woont in twee kamers op de eerste etage, de familie Van Pels in twee kamers op de tweede. De kamer van Hermann en Auguste van Pels is tegelijk ook de algemene woon- en eetkamer. Via Peters kleine kamertje komen de onderduikers op de zolder. Op die zolder worden de voorraden bewaard.
Acht onderduikers
In november 1942 komt er nog een achtste onderduiker bij: Fritz Pfeffer. Hij is een kennis van de familie Frank en de familie Van Pels. Margot gaat dan bij haar ouders slapen en Anne deelt een kamer met Frits Pfeffer. In het begin vindt Anne hem wel aardig. 24 uur per dag zitten de onderduikers binnen. Tijdens werkuren moeten zij doodstil zijn. Overdag mag de wc zo min mogelijk worden doorgetrokken, omdat de afvoerbuizen door het magazijn lopen.
Ruzies
De onderduikers houden zich vaak bezig met lezen en leren. De spanning in het achterhuis is erg hoog door de benauwdheid en de angst dat ze ontdekt zullen worden, hierdoor zijn er vaak onderlinge ruzies. Anne Frank schrijft vaak in haar dagboek: 'Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken.'Tussen de middag eten de helpers vaak samen met de onderduikers in het achterhuis. De magazijnmedewerkers zijn dan even naar huis. Ze bespreken dan de situatie in de stad. Er zijn veel razzia's. Joden die zich niet vrijwillig melden, worden opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht. Van daaruit vertrekt bijna elke week een trein naar het oosten van Europa. De onderduikers gaan er vanuit dat de meeste joden daar vermoord worden. Anne schrijft in haar dagboek: 'Wij nemen aan dat de meesten vermoord worden. De Engelse radio spreekt van vergassing, misschien is dat wel de vlugste sterfmethode. Ik ben helemaal van streek'. Op 9 oktober 1942 zitten de onderduikers bijna twee jaar in de schuilplaats, ze hebben gehoord dat er goed nieuws is. Een grote geallieerde landing op de stranden van Normandiƫ. Zouden de bezette landen van Europa snel bevrijd worden? Anne hoopt dat ze in september of oktober weer naar school kan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten