maandag 18 mei 2009

Ontdekt!


Vrijdag 4 augustus 1944 lijkt een hele gewone dag. In het voorhuis zijn de helpers aan het werk en in de schuilplaats zijn de onderduikers stil bezig. Plotseling stopt er een auto aan de Prinsengracht voor het kantoor. Een SS-officier en drie Nederlandse politieagenten springen eruit en gaan het gebouw binnen. Meteen gaan ze het kantoor binnen. Ze vragen Victor Kugler hen naar de schuilplaats te brengen. De onderduikers zijn verraden. Ze nemen de onderduikers en twee mannelijke helpers mee en die worden gearresteerd. Voor verhoor worden ze naar een Duitse gevangenis gebracht. Later worden de twee helpers naar een andere gevangenis gebracht. Miep Gies en Bep Voskuijl blijven achter op de Prinsengracht. Zij redden de dagboekpapieren van Anne. Op 8 augustus 1944 worden de acht onderduikers in een personentrein naar Westerbork gebracht. Omdat ze zich niet vrijwillig gemeld hadden komen zij in strafbarakken terecht. Hier moeten ze batterijen uit elkaar halen, iets wat heel vies en ongezond werk is.
Deportaties
Er reiden veel treinen met onbekende bestemming naar het oosten. Op 2 september 1944 wordt er een lange lijst met gevangenen voorgelezen die de volgende dag weer zullen vertrekken. Op deze lijst staan ook de acht namen van de mensen uit het achterhuis. In de ochtend van 3 september 1944 vertrekt een lange goederentrein vanuit Westerbork. In elke wagon zitten meer dan 70 gevangenen. Onder de 1019 joodse gevangenen zijn ook de acht onderduikers uit het achterhuis. Na een verschrikkelijke treinreis van drie dagen komen zij aan in Auschwitz-Birkenau.
Twee groepen
In Auschwitz-Birkenau worden de mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Nazi-artsen controleren de gevangenen op hun gezondheid en verdelen deze in twee groepen: gevangenen die nog kunnen werken en gevangenen die meteen in de gaskamer vermoord worden. De acht onderduikers gingen allemaal naar een kamp waar ze moesten werken. Na korte tijd is Hermann van Pels daartoe niet meer in staat. Hij wordt in de gaskamer vermoord. Eind oktober 1944 worden Anne en Margot Frank van Auschwitz-Birkenau naar Bergen-Belsen gebracht. Hun moeder blijft achter in Auschwitz-Birkenau. In januari 1945 wordt Edith Frank ziek en sterft aan uitputting. Auguste van Pels komt in november 1944 met een ander gevangenentransport aan in Bergen-Belsen. Daar ziet ze Anne en Margot terug. Auguste van Pels blijft maar kort in Bergen-Belsen en sterft waarschijnlijk tijdens een transport van gevangenen naar Theresienstadt. In maart 1945 sterven Anne en Margot Frank aan tyfus, een paar weken voor de bevrijding van het kamp door het Britse leger. Otto Frank wordt op 27 januari 1945 in Auschwitz bevrijd. Kort voor de bevrijding ontruimen de nazi's het kamp. Gevangenen, die nog kunnen lopen, moesten mee. Peter van Pels is een van deze gevangenen. Eind januari komt hij aan in het kamp Mauthausen (Oostenrijk). De gevangenen moeten zwaar werk doen. Uiteindelijk sterft ook Peter van Pels van uitputting op 5 mei 1945.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten